Geplaatst in

Kunst kijken en tapas happen, Bilbao en San Sebastiaan


Baskenland heeft veel te bieden. Een fantastische kust, indrukwekkende berggebieden en een geheel eigen cultuur. Ook voor een stedentrip is Baskenland een prima bestemming. Een bezoek aan het modieuze Bilbao en het statige San Sebastiaan is dan een ideale combinatie. Bilbao is hip, innovatief en creatief. San Sebastiaan is grandeur, een culinair paradijs en heeft een wereldberoemd strand. Juist het contrast tussen beide steden maakt deze combinatie uniek.


Bilbao, van grauwe industriestad tot hippe hotspot

Vanaf ons hotel is het één rechte lijn naar het oude centrum van Bilbao. Het is in de namiddag en de winkels en terrassen stromen langzaam vol in de statige avenue met de lange naam ‘Gran Vía de Don Diego López de Haro. In de praktijk logischerwijs gewoon afgekort tot Gran Via’. Overal zitten mensen te keuvelen op de bankjes langs de weg en vanaf de terrassen komt een gezellig geroezemoes. Het is bijna niet voor te stellen dat Bilbao jaren geleden een grauwe industriestad was en op geen enkele bucketlist stond. Waarom zou je dit Spaanse Ruhrgebied bezoeken?
De vestiging van het inmiddels wereldberoemde Guggenheim museum zorgde voor een ommekeer. Het leidde tot tal van investeringen en een grote opknapbeurt van de stad. Deze wederopstanding wordt ook wel het ‘effecto Guggenheim’ genoemd. Het museum is de grote trekpleister van Bilbao en trekt jaarlijks 1,3 miljoen bezoekers. Wij zullen daar ook één van zijn, maar bewaren dit icoon van kunst en creativiteit nog even voor de volgende dag. Eerst de oude binnenstad.


De oude binnenstad van Bilbao

Op weg naar de binnenstad passeren we het treinstation van Bilbao. Een iconisch gebouw met schitterende glas in lood ramen geheel in de stijl van de industriële hoogtijdagen van de stad. Een paar passen verder begint de oude binnenstad. Deze is verrassend leuk en dat is precies waar wij naar op zoek zijn. Deze meeste mensen bezoeken het Guggenheim en slaan de rest van de stad over. Daarmee doe je Bilbao echter zwaar tekort.
Eerst nemen we een kijkje bij het Plaza Nueva, waar de sfeer er ook al goed in zit. Ook hier een gezellig geroesemoes vanaf de terrassen. Voor de restaurants en cafés moet je echter in het gebied van de Siete Calles (Zeven Straten) zijn. Hier zitten tal van tapas restaurants en is de stad veel kleurijker dan haar imago. Een perfecte omgeving om de dag af te sluiten.

De schitterende glas in lood ramen van het treinstation van Bilbao
De binnenstad, zowel klassiek als modern


Het iconische Guggenheim museum

Al van ver is de architectonische trekpleister van Bilbao te zien. Het gebouw op zichzelf is al een kunstwerk. Het is een wirwar van vormen en kent bijna geen rechte lijnen. Bij de ingang kun je niet om de publiekslieveling Puppy heen, een gigantisch met bloemen bedekte hond. Alle kleurrijke bloemen worden elke keer nadat ze zijn uitgebloeid in zijn geheel weer vervangen. De betreffende hovenier kan alleen al van deze opdracht leven me.
De entree van het museum is indrukwekkend. Je kijkt 60 meter omhoog en de ontvangsthal is gigantisch. Er worden in deze ruimte dan ook tal van recepties gegeven. Vervolgens zij er drie verdiepingen met moderne en hedendaagse creaties van kunstenaars uit de hele wereld. Na uren door het museum gelopen te hebben, wordt het tijd op het hippe en culturele Bilbao achter ons te laten. Het is het tijd voor de culinaire hoofdstad van Baskenland. Op naar San Sebastiaan.

Het Guggenheim museum, een architectonisch hoogstandje

Puppy, bij de ingang van het museum en de wereldberoemde spin langs de wandelpromenade


San Sebastiaan; strand, grandeur en pintxos

We stappen uit bij het treinstation Amara-Donostia en besluiten de mensen met strandstoeltjes te volgen. Het plan is eerst het wereldberoemde strand La Concha te zien en dan naar de eveneens wereldberoemde oude binnenstad van San Sebastiaan te lopen. Tapas worden in Baskenland pintxos genoemd en San Sebastiaan is de absolute hoofdstad van de pintxos cultuur.
In het centrum vind je in elke straat tapasbarretjes met een ongeëvenaarde kwaliteit. Het is niet bedoeling dat je ergens uitgebreid gaat zitten, maar van bar naar bar gaat en overal wat eet en drinkt. Pintxos-hoppen noemen ze dat. Maar eerst het strand.

Het mooiste stadsstrand van Spanje

Absoluut het mooiste stadsstrand van Spanje is dat van San Sebastiaan. Het is 11 uur in de ochtend en iedereen is druk aan het flaneren over de wandelpromenade van La Concha. In chique, mondaine strandpaviljoens wordt koffie, champagne of iets anders stijlvols gedronken. Hier geen café Amsterdam of Friet van Piet. San Sebastiaan houdt als grande dame haar tradities in ere. Vanaf het strand loop je zo de binnenstad in. Voordat we daar heen gaan beklimmen we eerst de Monte Urgall. Deze berg, aan het einde van de lange schelpvormige baai, heeft een zeer aangename wandeling naar de top met als eindbestemming een 12 meter hoog Christusbeeld. Onderweg zijn er diversie uitkijkpunten over het strand en de stad.

Uitzicht op San Sebastiaan en het beroemde strand La Concha.

Pintxos hoppen

De wandeling naar boven maakt hongerig en het wordt hoog tijd voor wat eten. We dalen Mont Urgull af en lopen de oude stad binnen. Een goed beginpunt voor onze culinaire zoektocht is het Plaza Trinidad met de kathedraal van Santa Maria.
Vanuit daar kun je door de staten dwalen en heb je de restaurants voor het uitkiezen. We belanden in tapasbar Fermin. Daar hebben ze zulke heerlijke pintxos en raken we aan de praat met een stel Nieuw-Zeelanders, dat van het hoppen naar andere tapasbars niets meer terecht komt. Dat bewaren we dan maar voor een andere keer. Er moet tenslotte ook wat overblijven voor de bucketlist.

De binnenstad van San Sebastiaan met een keur een tapas barretjes